ECLI:NL:CBB:2021:694
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Kostenveroordeling na intrekking beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan
Verzoekster, een BV, kreeg op 5 september 2019 een last onder dwangsom opgelegd door de minister van Infrastructuur en Waterstaat. Na bezwaar werd dit besluit gedeeltelijk herroepen en gewijzigd. Verzoekster stelde beroep in tegen dit gewijzigde besluit. Op 10 december 2020 trok de minister het bestreden besluit in en herzag het primaire besluit. Vervolgens trok verzoekster haar beroep in en verzocht om een kostenveroordeling.
Het College stelde vast dat het beroep was ingetrokken omdat het bestuursorgaan aan verzoekster geheel of gedeeltelijk tegemoet was gekomen. Op grond van artikel 8:75a Awb is in dat geval een kostenveroordeling mogelijk. Het College wees het verzoek toe en veroordeelde de minister in de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op € 748,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Daarnaast werd opgemerkt dat de griffierechten van € 354,- rechtstreeks door de minister moeten worden vergoed op grond van artikel 8:41, zevende lid, Awb. De uitspraak werd gedaan door mr. D. Brugman en in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2021.
Uitkomst: De minister van Infrastructuur en Waterstaat is veroordeeld in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 748,-.