ECLI:NL:CBB:2021:660

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
29 juni 2021
Publicatiedatum
23 juni 2021
Zaaknummer
21/391
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:84 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Kostenveroordeling na intrekking verzoek voorlopige voorziening wegens tegemoetkoming bestuursorgaan

Verzoeker diende een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in tegen de schorsing van zijn chauffeurskaart door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. Nadat de Minister het primaire besluit herroept had, trok verzoeker het verzoek tot voorlopige voorziening in en verzocht om vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde dat de intrekking van het verzoek het gevolg was van de tegemoetkoming door het bestuursorgaan. Op grond van de artikelen 8:84, vijfde lid, en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is in dat geval een kostenveroordeling mogelijk.

De voorzieningenrechter veroordeelde de Minister tot vergoeding van de proceskosten van € 534,00 en het griffierecht van € 181,00 aan verzoeker. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 29 juni 2021 en er staat geen rechtsmiddel open tegen deze beslissing.

Uitkomst: De Minister wordt veroordeeld tot vergoeding van € 534,00 proceskosten en € 181,00 griffierecht aan verzoeker.

Uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 21/391
uitspraak met toepassing van de artikelen 8:84, vijfde lid, en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht van de voorzieningenrechter van 29 juni 2021 in de zaak tussen

[naam] , te [plaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. W.M.L. van Koningsveld),
en

de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 25 februari 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de chauffeurskaart van verzoeker geschorst.
Op 25 maart 2021 heeft verzoeker een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend strekkende tot schorsing van het primaire besluit.
Bij besluit van 2 april 2021 (het herroepingsbesluit) heeft verweerder het primaire besluit herroepen.
Bij bericht van 12 april 2021 heeft verzoeker het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken en daarbij verzocht verweerder te veroordelen in de kosten van de procedure en het griffierecht.
Bij brief van 20 april 2021 heeft verweerder zijn zienswijze gegeven.

Overwegingen

1. Op grond van de artikelen 8:84, vijfde lid, en 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan in geval van intrekking van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening omdat het bestuursorgaan aan de indiener daarvan geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten worden veroordeeld.
2. De voorzieningenrechter stelt vast dat het verzoek is ingetrokken omdat verweerder aan verzoekster tegemoet is gekomen.
3. Gelet hierop komt het verzoek om kostenveroordeling voor toewijzing in aanmerking en veroordeelt de voorzieningenrechter verweerder met toepassing van artikel 8:75a van de Awb in de kosten. Met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) worden de kosten bedoeld in artikel 1, onder a, vastgesteld op € 534,00 (1 punt voor het verzoekschrift en een wegingsfactor 1).
4. Verder acht de voorzieningenrechter het in dit geval aangewezen dat verweerder het griffierecht ten bedrage van € 181,00 vergoedt.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 181,00 aan verzoekster te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 534,00.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Brugman, in aanwezigheid van
F.L. van Haeften, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
29 juni 2021.
w.g. D. Brugman w.g. F.L. van Haeften
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.