ECLI:NL:CBB:2021:581
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen toekenning GLB-betalingen wegens verruiging percelen 50, 52 en 53
Appellante verzocht om uitbetaling van basis- en vergroeningsbetalingen voor 2018 op grond van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB. De minister stelde aanvankelijk een bedrag van €13.822,69 vast, maar herzag dit naar €10.396,18 vanwege terugvordering wegens niet-subsidiabel landbouwareaal op percelen 50, 52 en 53.
De minister baseerde dit op luchtfoto’s en Cyclomediabeelden waaruit bleek dat de percelen verruigd waren met meer dan 50% niet-overheersende grassen of kruidachtige voedergewassen, waardoor ze niet als blijvend grasland, tijdelijk grasland of bouwland konden worden aangemerkt.
Appellante betwistte dit en stelde dat de percelen overwegend natuurlijk grasland zijn, beweid en gemaaid worden, en dat de door de minister gebruikte beelden slechts momentopnamen zijn. Het College oordeelde echter dat het beeldmateriaal van de minister, verspreid over vier data in 2018, representatief is en dat het door appellante overgelegde materiaal (BGT-kaart 2020 en onbekende datum Google Maps) niet relevant is voor 2018.
Het College concludeerde dat de verruiging op de percelen overheerst en dat deze daarom niet als landbouwareaal kunnen worden aangemerkt. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard omdat de percelen 50, 52 en 53 niet als subsidiabel landbouwareaal kunnen worden aangemerkt wegens verruiging.