ECLI:NL:CBB:2021:58
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing herzieningsverzoek extra betaling jonge landbouwers 2016
Appellante, een maatschap, had een aanvraag gedaan voor de extra betaling voor jonge landbouwers over 2016, welke door verweerder bij besluit van 16 maart 2017 werd afgewezen. Appellante vroeg vervolgens om herziening van dit besluit, maar dit verzoek werd bij het primaire besluit van 26 juni 2019 afgewezen en het bezwaar tegen dit besluit bij het bestreden besluit van 20 augustus 2019 ongegrond verklaard.
Appellante stelde dat haar bezwaar van 7 juli 2016 tegen het besluit over 2015 tevens een vroegtijdig bezwaar was tegen het besluit over 2016. Verweerder verwierp dit beroep op artikel 6:10 Awb Pro, omdat het besluit over 2016 toen nog niet genomen was en appellante redelijkerwijs niet kon menen dat dit wel het geval was.
Het College oordeelde dat appellante niet tijdig bezwaar had gemaakt tegen het besluit over 2016 en dat de door appellante aangevoerde nieuwe feiten of veranderde omstandigheden ontbraken. Ook het betoog dat de weigering tot herziening evident onredelijk zou zijn, werd verworpen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak werd gedaan door mr. R.C. Stam namens het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 26 januari 2021. De voorzitter en griffier waren verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard.