ECLI:NL:CBB:2021:2
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.L. van der Beek
- M.M. Smorenburg
- T. Pavićević
- Rechtspraak.nl
Randvoorwaardenkorting GLB wegens niet-naleving huisvesting kalveren en oormerken
Appellante, een melkveehouderijmaatschap, kreeg een randvoorwaardenkorting van 4% opgelegd door verweerder vanwege twee geconstateerde niet-nalevingen: huisvesting van negentien kalveren ouder dan acht weken in eenlingboxen (3%) en het ontbreken van beide oormerken bij een dood kalf (1%). Deze kortingen werden opgeteld tot 4%.
Appellante betwistte niet dat de overtredingen plaatsvonden, maar voerde aan dat het plotselinge vertrek van de bedrijfsleider in december 2017 overmacht was en dat de kalveren gezond waren en de overtredingen snel hersteld. Tevens stelde zij dat de korting disproportioneel was en dat verweerder had moeten volstaan met een waarschuwing ('early warning').
Het College oordeelde dat het vertrek van de bedrijfsleider niet tijdig was gemeld binnen de wettelijke termijn van vijftien werkdagen en dat dit binnen het bedrijfsrisico valt, zodat geen sprake is van overmacht. De opgelegde kortingen waren conform de regelgeving en niet onevenredig, mede omdat de overtreding van de huisvesting niet tot een waarschuwing behoorde en de overtreding van de oormerken slechts beperkt was en daarom met een lagere korting werd bestraft.
Het College bevestigde dat bij meerdere niet-nalevingen de kortingen worden opgeteld en zag geen reden om het besluit onrechtmatig of onevenredig te achten. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de randvoorwaardenkorting van 4% wordt ongegrond verklaard.