ECLI:NL:CBB:2021:144
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- T. Pavićević
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen subsidieregeling sanering varkenshouderijen
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de hoogte van de subsidie die hem is toegekend voor de onomkeerbare sluiting van zijn varkenshouderijlocatie op grond van de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen. Hij betwist niet de berekeningswijze volgens de regeling, maar stelt dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn individuele investeringen en onderhoud, en dat de forfaitaire waardebepaling niet recht doet aan de feitelijke kwaliteit van zijn stallen.
De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek om voorlopige voorziening en stelt vast dat er sprake is van een spoedeisend belang vanwege de onomkeerbaarheid van de sluiting. De toetsing betreft een exceptieve toetsing van de rechtmatigheid van het bestreden besluit en de onderliggende subsidieregeling.
De rechter oordeelt dat de gekozen methode van waardebepaling, gebaseerd op de gecorrigeerde vervangingswaarde, een objectieve, transparante en non-discriminatoire systematiek biedt die rekening houdt met veroudering en forfaitair met investeringen en renovaties. De regeling is gebaseerd op advies van deskundigen en sluit aan bij praktijkervaringen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen omdat de forfaitaire methode gelijk wordt toegepast op alle aanvragers.
Gezien het voorgaande is niet aannemelijk dat het bestreden besluit in de bodemprocedure zal worden vernietigd. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de subsidieregeling en het bestreden besluit rechtmatig zijn.