Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 februari 2021 in de zaak tussen
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Inleiding
Feiten
Verder heeft appellante in februari 2014 5.33.50 hectare grond aangekocht voor een bedrag van in totaal € 320.100,-. Zij is daarvoor een overeenkomst van geldlening aangegaan van € 248.000,-. Vervolgens heeft appellante in april 2015 nog eens 4.22.56 hectare grond aangekocht voor een bedrag van € 348.612,-. Zij is daarvoor met de bank een financieringsovereenkomst aangegaan van € 200.000,-. Op 8 juli 2015 heeft appellante een bedrag van € 16.094.- aan subsidie ontvangen voor de bouw van de nieuwe stal. De veestapel van appellante was op 2 juli 2015 nog niet op het met de investeringen beoogde peil.