ECLI:NL:CBB:2020:965
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling fosfaatrecht bij ziekte vennoot melkveehouderij
Appellante, een melkveehouderij bestaande uit twee vennoten, voerde beroep aan tegen het besluit van de minister van Landbouw om het fosfaatrecht vast te stellen op basis van de melkproductie in 2013. De ziekte van een van de vennoten, die sinds 2008 gezondheidsproblemen ondervindt, vormde de aanleiding voor een verzoek tot toepassing van de knelgevallenregeling.
De minister had het fosfaatrecht verhoogd op basis van de situatie op 1 oktober 2013, de door appellante opgegeven alternatieve peildatum, waarbij werd uitgegaan van het aantal dieren en de gemiddelde melkproductie per koe in 2013. Appellante stelde dat deze periode niet representatief was en dat de melkproductie in eerdere jaren, zoals 2009-2012, als representatief moest worden beschouwd vanwege de ziekte en de bedrijfsvoering.
Het College oordeelde dat de reguliere bedrijfsvoering van appellante sinds 2008 al rekening hield met de gezondheid van de vennoot en dat er geen wezenlijk verschil was tussen de periode na 1 oktober 2013 en de jaren daarvoor. Ook het argument dat de lagere melkproductie in 2013 direct gevolg was van de ziekte werd niet aannemelijk gemaakt. Daarnaast bood het rekenen met oudere jaren geen soelaas vanwege lagere dieraantallen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit tot vaststelling van het fosfaatrecht is ongegrond verklaard.