ECLI:NL:CBB:2020:767
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling fosfaatrecht en toepassing knelgevallenregeling bij diergezondheidsproblemen
Appellante, een melkveehouderij, betwistte de vaststelling van haar fosfaatrecht per 1 januari 2018 door verweerder op grond van de Meststoffenwet. Zij voerde aan dat de diergezondheidsproblemen op haar bedrijf al in september 2011 waren begonnen, waardoor de 5%-drempel voor de knelgevallenregeling zou zijn overschreden. Appellante stelde dat bij de berekening van het fosfaatrecht rekening gehouden moest worden met de dieraantallen op 2 juli 2015 en de melkproductie van het melkcontrolejaar 2011.
Verweerder handhaafde het primaire besluit en stelde dat niet was voldaan aan de 5%-drempel. Het College overwoog dat de alternatieve peildatum een situatie vóór het intreden van de bijzondere omstandigheden moet weergeven. Omdat de diergezondheidsproblemen zowel de melkproductie als de dieraantallen beïnvloedden, moet worden uitgegaan van de dieraantallen en melkproductie voorafgaand aan de alternatieve peildatum, die de reguliere situatie van het bedrijf weergeven.
Het College concludeerde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat de dieraantallen van 2 juli 2015 in plaats van die van september 2011 moesten worden gehanteerd. De primaire en subsidiaire beroepsgronden faalden en het beroep werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit tot vaststelling van het fosfaatrecht en toepassing van de knelgevallenregeling wordt ongegrond verklaard.