Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 oktober 2020 in de zaak tussen
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Besluitvorming
Beroep
Slotsom
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Appellante voerde beroep aan tegen besluiten van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin heffingen werden opgelegd op grond van de Regeling fosfaatreductieplan 2017. Deze regeling beoogt de fosfaatproductie te beperken door melkveehouders te verplichten hun veestapel te verminderen tot een referentieaantal.
Het College oordeelt dat appellante onvoldoende heeft aangetoond dat zij door de tenuitvoerlegging van de regeling een individuele en buitensporige last draagt in de zin van artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. Hoewel appellante haar varkenshouderij beëindigde vanwege gezondheidsproblemen van een van haar maten en haar melkveetak uitbreidde, was deze uitbreiding niet noodzakelijk in verhouding tot de afstoot van de varkenshouderij. De investeringsbeslissingen waren niet navolgbaar, mede gezien de timing en de afschaffing van het melkquotum.
Het beroep wordt ongegrond verklaard. Wel wordt vastgesteld dat de behandeling van bezwaar en beroep de redelijke termijn heeft overschreden, waarvoor appellante een vergoeding van € 1.000 aan immateriële schade wordt toegekend. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 262,50 aan appellante.
Uitkomst: Beroep ongegrond, vergoeding van € 1.000 toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.