Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
[naam 1] RE RA, te [plaats 1] , appellant ( [naam 1] )
Procesverloop in hoger beroep
Grondslag van het geschil
Uitspraak van de accountantskamer
Beoordeling van het geschil in hoger beroep
.
College van Beroep voor het bedrijfsleven
In deze zaak stond het hoger beroep centraal van een accountant tegen een door de accountantskamer opgelegde berisping vanwege tekortkomingen in een rapport dat was opgesteld in een civiele procedure over schadevergoeding.
De klacht betrof onder meer het ontbreken van duidelijke vermelding van vaktechnische regels, onvoldoende onderbouwing van conclusies, en het niet toepassen van hoor en wederhoor. De accountant trad op als partijdeskundige namens de gemeente in een procedure over een bouwvergunning en de daaruit voortvloeiende schade.
Het College oordeelde dat de accountant onvoldoende duidelijkheid gaf over de aard van zijn opdracht en de toegepaste standaarden, en dat hij zonder deugdelijke grondslag conclusies trok over bepaalde kostenposten. Wel was duidelijk dat hij als partijdeskundige optrad, waardoor hoor en wederhoor niet altijd noodzakelijk was. Ook werd geoordeeld dat de accountant onzorgvuldig handelde door kritiek te uiten op het rapport van een collega zonder eerst hoor en wederhoor toe te passen.
Hoewel het College enkele klachten deels gegrond verklaarde, vond het de opgelegde berisping te zwaar en legde in plaats daarvan een waarschuwing op. Het hoger beroep werd daarmee gegrond verklaard en de eerdere tuchtuitspraak vernietigd.
Uitkomst: Het College verklaart het hoger beroep gegrond en legt een maatregel van waarschuwing op in plaats van berisping.