ECLI:NL:CBB:2020:147
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Taxxxivergunning wegens ontbreken aansluiting bij toegelaten taxiorganisatie
Appellant, werkzaam als taxichauffeur in Amsterdam, had een Taxxxivergunning die verviel omdat hij niet langer was aangesloten bij een toegelaten taxiorganisatie (TTO). Na beëindiging van zijn aansluiting bij twee TTO’s vroeg appellant een nieuwe vergunning aan, maar deze werd geweigerd omdat hij niet was aangesloten bij een TTO, een vereiste volgens de Taxiverordening Amsterdam 2012.
Appellant betwistte de reden van beëindiging van zijn aansluiting bij de TTO’s, omdat hij niet was geïnformeerd over een vermeende derde overtreding die tot uitsluiting leidde. Hij stelde dat hij hierdoor niet de mogelijkheid had gehad zich te verweren en dat verweerder onjuiste informatie had verstrekt, wat leidde tot willekeur en détournement de pouvoir.
Het College oordeelde echter dat de beëindiging van de aansluiting bij de TTO’s een civielrechtelijke kwestie is die appellant had kunnen aanvechten bij de civiele rechter. Het College stelde vast dat appellant op het moment van de aanvraag niet was aangesloten bij een TTO en daarom niet voldeed aan de vergunningseis. De beroepsgrond van willekeur en détournement de pouvoir werd verworpen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de Taxxxivergunning wordt ongegrond verklaard omdat appellant niet was aangesloten bij een toegelaten taxiorganisatie.