ECLI:NL:CBB:2020:1028
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep faalt tegen vaststelling fosfaatrechten wegens onvoldoende bewijs diergezondheidsprobleem
Appellante exploiteert een biologisch dynamisch melkveebedrijf en voerde beroep aan tegen het besluit van de minister van Landbouw om haar fosfaatrechten vast te stellen op basis van het aantal dieren op 2 juli 2015.
Zij stelde dat zij vanwege uierproblemen in 2013 minder dieren kon houden en dat het fosfaatrecht daardoor onjuist was vastgesteld. Appellante voerde aan dat zij voldeed aan de knelgevallenregeling, maar kon geen dierenartsverklaring of medicijngebruik overleggen vanwege haar bedrijfsvoering.
Het College oordeelde dat appellante onvoldoende bewijs had geleverd dat de uierproblemen daadwerkelijk het aantal dieren op de peildatum hadden beïnvloed. De MPR-uitslagen en rundveestaat gaven geen duidelijk verband en er ontbrak inzicht in welke dieren vanwege de uierproblemen waren afgevoerd.
Verder werd het beroep op het eigendomsrecht afgewezen omdat appellante niet had aangetoond dat de peildatum een individuele en buitensporige last voor haar vormde.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de vaststelling van het fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van diergezondheidsproblemen.