ECLI:NL:CBB:2019:734

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
19 februari 2019
Publicatiedatum
28 maart 2023
Zaaknummer
17/1525 en 17/1532
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Geheimhoudingsbeslissing
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:29 AwbHoofdstuk 5 Mededingingswet
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing over beperking kennisneming vertrouwelijke stukken in hoger beroep Mededingingswet

In deze zaak hebben Mosadex en de Zorgverzekeraars hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam inzake een mededingingsrechtelijk geschil. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft vertrouwelijke stukken overgelegd die deels bedrijfsgevoelige en marktstrategische informatie bevatten. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven moest beslissen of de weigering of beperking van kennisneming van deze stukken gerechtvaardigd is op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Het College weegt het belang van partijen om gelijkelijk over relevante informatie te beschikken en het belang van het College om de zaak zorgvuldig te kunnen afdoen, af tegen het belang van ACM en betrokken marktpartijen om concurrentiegevoelige informatie te beschermen. Openbaarmaking zou leiden tot onevenredige schade voor de verstrekker van de gegevens en toekomstige informatieverstrekking belemmeren.

Het College constateert dat sommige stukken geen verband houden met de zaak en sluit deze uit. Voor de overige stukken acht het College de beperking van kennisneming gerechtvaardigd vanwege de aard van de informatie. ACM heeft de namen van marktpartijen geanonimiseerd om de rechten van partijen zo min mogelijk te schaden. Het College verzoekt appellanten om binnen twee weken schriftelijk aan te geven of zij instemmen met uitspraak mede op basis van de vertrouwelijke stukken.

Deze beslissing benadrukt het belang van bescherming van bedrijfsvertrouwelijke informatie in bestuursrechtelijke procedures rond mededingingsrechtelijke onderzoeken, waarbij een zorgvuldige belangenafweging plaatsvindt tussen transparantie en bescherming van concurrentiegevoelige gegevens.

Uitkomst: Het College oordeelt dat de beperking van kennisneming van vertrouwelijke stukken gerechtvaardigd is vanwege bescherming van concurrentiegevoelige informatie.

Uitspraak

beslissing

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummers: 17/1525 en 17/1532
9500
beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in de hoger beroepen van

Mosadex C.V., te Elsloo, gemeente Stein,

(Mosadex)
(gemachtigden: mr. P.P.J. van Ginneken en mr. G.D.G.M.G. Béquet),
en
de Onderlinge Waarborgmaatschappij Centrale Zorgverzekeraars groep,
Zorgverzekeraar UA,
Delta Lloyd Zorgverzekering N.V.,
OHRA Zorgverzekeringen N.V., en
OHRA Ziektekostenverzekeringen N.V.,
alle te Tilburg,
(tezamen: de Zorgverzekeraars)
(gemachtigde: mr. A.J.H.W.M. Versteeg),
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 7 september 2017, kenmerk ROT 16/4891, ROT 16/4906, ROT 16/5001, in het geding tussen
Mosadex, de Zorgverzekeraars en Coöperatie VGZ UA, IZA Zorgverzekeraar N.V., IZZ Zorgverzekeraar N.V., N.V. Univé Zorg, N.N. VGZ Cares, N.V. Zorgverzekeraar UMC en VGZ Zorgverzekeraar N.V.
en

de Autoriteit Consument en Markt (ACM)

(gemachtigden: mr. J. Drijber en mr. drs. R.G.J. Gehring).

Procesverloop

Mosadex en de Zorgverzekeraars hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam (rechtbank) van 7 september 2017 (ECLI:NL:RBROT:2017:6833).
ACM heeft de vertrouwelijke versie van een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend het College kennis zal mogen nemen van deze stukken.
Het betreft 495 van de 581 stukken die op de “Inventarislijst Hoger beroep Brocacef-Mediq ACM/18/019341 en ACM/18/019349” (de inventarislijst) zijn opgenomen en als (deels) vertrouwelijk zijn aangeduid. Een kopie van de openbare inventarislijst is aan deze uitspraak gehecht.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist het College of de weigering dan wel beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is.
2. Deze door het College te nemen beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het beroep relevante informatie en het belang dat het College beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daar tegenover staat dat openbaarmaking van bepaalde gegevens het belang van een of meer partijen onevenredig kan schaden, terwijl ACM er belang bij heeft ook in de toekomst de informatie, waaronder concurrentiegevoelige gegevens, aangeleverd te krijgen die zij voor een goede uitoefening van haar taken nodig heeft. Onder concurrentiegevoelige bedrijfsgegevens vallen ook gegevens die, hoewel zelf niet als bedrijfsgegevens aan te merken, niettemin inzicht kunnen bieden in de door betrokkene(n) voorgestane (markt)strategie.
3. ACM heeft ter onderbouwing van haar verzoek toegelicht dat zij in het kader van haar marktonderzoek, zoals gebruikelijk is bij concentratietoezicht, een groot aantal marktpartijen om informatie heeft verzocht. Deze informatie omvat onder meer hun zienswijze op de werking van de relevante markt, hun eigen werkproces en de gevolgen van de concentratie die zij voorzien. Wanneer deze informatie herleidbaar zou zijn tot de markpartij die deze informatie heeft verstrekt, geeft dat inzicht in hun strategie en bedrijfsvoering. Wanneer leveranciers, concurrenten en/of afnemers inzage krijgen in die informatie, worden de marktpartijen die de informatie hebben gedeeld onevenredig benadeeld. Bovendien zouden marktpartijen in de toekomst minder bereid zijn om voornoemde informatie te verstrekken, terwijl deze informatie onontbeerlijk is om een concentratie binnen de korte termijnen van hoofdstuk 5 van de Mededingingswet te kunnen beoordelen. ACM heeft ervoor gekozen om de namen van de betreffende marktpartijen vertrouwelijk te maken door middel van het toekennen van een letter aan iedere partij. Het alternatief zou zijn het vertrouwelijk maken van de verstrekte informatie zelf. Op de thans gekozen manier worden volgens ACM de rechten van verdediging van partijen in (hoger) beroep zo min mogelijk aangetast. De huidige wijze van vertrouwelijke behandeling is daarom voor alle betrokken partijen voordeliger.
4. Het College merkt allereerst op dat zich tussen de vertrouwelijke versie van bijlage 1 (bestaande uit diverse uittreksels van het register van de Kamer van Koophandel) behorend bij het op de inventarislijst met volgnummer 153 aangeduide stuk, een aantal interne emails/stukken van ACM bevindt. Het betreft een bericht over het werkrooster, een bericht over een printopdracht en een formulier voor het afmelden van een huurauto. Die interne communicatie van ACM houdt gelet op de aard, inhoud en datering daarvan klaarblijkelijk geen verband met de onderhavige zaak. Het College laat deze stukken bij de beoordeling van het verzoek van ACM tot beperking van de kennisneming daarom verder buiten beschouwing.
5. Het College acht beperking van de kennisneming van de stukken als aangeduid op de aangehechte inventarislijst gerechtvaardigd. Deze stukken bevatten bedrijfsvertrouwelijke gegevens of gegevens waaruit (een deel van) de marktstrategie van betrokkenen zou kunnen worden afgeleid, zo al niet zonder meer sprake is van concurrentiegevoelige gegevens. Deze vertrouwelijkheid dient te worden geëerbiedigd, omdat openbaarmaking van deze informatie tot een onevenredig nadeel voor de verstrekker van de gegevens zal kunnen leiden, terwijl kennisneming van deze informatie door de partij die er niet over beschikt niet noodzakelijk is om haar belangen naar behoren te kunnen bepleiten. Bij deze beslissing heeft het College tevens in aanmerking genomen dat de keuze van ACM om de namen van de door haar bevraagde marktpartijen te anonimiseren om zoveel mogelijk van de inhoud van de verstrekte informatie te kunnen laten staan, thans onomkeerbaar is.
6. Het College kan alleen met toestemming van de andere partijen mede op de grondslag van de stukken die op de aangehechte inventarislijst als vertrouwelijk zijn aangemerkt, uitspraak doen. Die toestemming is niet nodig voor een stuk dat een partij al kent.
Appellanten worden verzocht om binnen twee weken na heden schriftelijk kenbaar te maken of zij ermee instemmen dat het College mede op grondslag van de vertrouwelijke versie van de stukken, voor zover zij deze stukken niet kennen, uitspraak doet op het hoger beroep.

Beslissing

Het College:
- beslist dat beperking van de kennisneming van de stukken als aangeduid op de aan deze beslissing gehechte inventarislijst gerechtvaardigd is;
- verzoekt appellanten om binnen twee weken na heden schriftelijk aan het College kenbaar te maken of zij ermee instemmen dat het College mede op grondslag van de vertrouwelijke versie van de onder het vorige aandachtsstreepje genoemde stukken uitspraak doet op het hoger beroep, voor zover zij deze stukken niet kennen.
Aldus genomen door mr. B. Bastein, in tegenwoordigheid van mr. J.J. de Jong als griffier, op .
w.g. B. Bastein w.g. J.J. de Jong