ECLI:NL:CBB:2019:71
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.R. Eggeraat
- I.M. Ludwig
- T.L. Fernig-Rocour
- Rechtspraak.nl
Beoordeling subsidie en terugvordering wegens cumulatie en staatssteun bij Innovatiekredietproject
Appellante ontving een Innovatiekrediet voor een klinisch ontwikkelingsproject, waarvan de subsidie later ambtshalve werd verlaagd en een terugvordering van te veel betaalde voorschotten werd ingesteld. Dit vanwege een door Universiteit Maastricht (UM) verleende financiering die als subsidie werd aangemerkt, wat leidde tot cumulatie van staatssteun boven het toegestane maximum.
Appellante betwistte dat de gelden van UM subsidie waren en voerde aan dat de steunintensiteit niet werd overschreden. Tevens stelde zij dat de wijziging van de motivering door verweerder niet zorgvuldig was en dat het vertrouwensbeginsel was geschonden omdat zij de overeenkomst met UM had gemeld.
Het College oordeelde dat de UM-middelen vanwege het achtergestelde karakter van de lening en de voorwaarden kwalificeren als subsidie. De betwisting van het subsidiebedrag werd verworpen omdat appellante dit zelf had opgevoerd. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde wegens het ontbreken van concrete toezeggingen van verweerder.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de vaststelling van de subsidie en terugvordering gehandhaafd. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de lagere vaststelling van de subsidie en terugvordering gehandhaafd.