Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
[naam 1] , te [plaats] , appellante
(gemachtigden: mr. R. Elkerbout en mr. P. Courtens),
de Autoriteit Consument en Markt(ACM),
College van Beroep voor het bedrijfsleven
In deze zaak heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft vertrouwelijke stukken overgelegd en verzocht om beperking van de kennisneming daarvan op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Het College heeft een belangenafweging gemaakt tussen het belang van partijen om over relevante informatie te beschikken en het belang van ACM om vertrouwelijkheid van concurrentiegevoelige gegevens te waarborgen. Het College oordeelt dat beperking van kennisneming gerechtvaardigd is voor stukken die niet van appellante afkomstig zijn en die bedrijfsvertrouwelijke of concurrentiegevoelige informatie bevatten.
Voor stukken die van appellante zelf afkomstig zijn, wijst het College het verzoek af. Ook wordt het verzoek afgewezen voor persoonsgegevens waarvan appellante als werkgever bekend wordt verondersteld. Daarnaast wordt het verzoek om beperking van kennisneming van transcripties van clementieverklaringen afgewezen vanwege het verdedigingsbelang van appellante.
Het College besluit bepaalde stukken terug te zenden aan ACM met het verzoek om nieuwe versies aan te leveren. Tevens wordt appellante verzocht binnen twee weken schriftelijk aan te geven of zij instemt met het gebruik van de vertrouwelijke stukken voor de uitspraak. De beslissing is genomen door R.C. Stam in aanwezigheid van griffier J.J. de Jong.
Uitkomst: Het College wijst het verzoek tot beperking van kennisneming deels toe en deels af, en verzoekt om aanlevering van nieuwe stukken en instemming van appellante.