ECLI:NL:CBB:2019:420
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken gronden en niet tijdig indienen
Appellante diende beroep in tegen een besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin een gecombineerde beschikking fosfaatreductieplan 2017 werd opgelegd. Het primaire besluit legde een geldsom van € 80.098,- op en kende een bonus van € 980,- toe. Het bezwaar van appellante werd ongegrond verklaard bij een bestreden besluit van 13 november 2018.
Op 19 december 2018 stelde de gemachtigde van appellante beroep in, maar het beroepschrift bevatte geen gronden. Het College gaf appellante meerdere malen de gelegenheid om binnen een gestelde termijn alsnog de gronden in te dienen, met waarschuwingen dat het beroep anders niet-ontvankelijk zou worden verklaard. Ondanks uitstelverzoeken en verlengingen werden de gronden niet binnen de termijnen ingediend.
Bij het onderzoek ter zitting op 28 augustus 2019 was appellante niet vertegenwoordigd. Het College oordeelde dat het verzuim niet was hersteld en dat geen omstandigheden waren die het verwijt aan appellante konden wegnemen. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van de gronden van het beroep.