ECLI:NL:CBB:2019:373
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrechten bij onterecht opgelegde last onder bestuursdwang
Appellant maakte bezwaar tegen de vaststelling van het fosfaatrecht door verweerder, waarbij hij stelde dat de onterecht opgelegde last onder bestuursdwang niet adequaat was gecompenseerd. De last onder bestuursdwang was opgelegd in verband met diergezondheidsproblemen en leidde tot een vermindering van het aantal dieren op het bedrijf op de peildatum 2 juli 2015.
Verweerder had het fosfaatrecht in het primaire besluit vastgesteld op basis van de situatie op 2 juli 2015, maar na bezwaar het fosfaatrecht herzien en vastgesteld op basis van de dieren aanwezig op 1 april 2014, conform de knelgevallenregeling. Appellant betoogde dat de compensatie onvoldoende was en dat toepassing van artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM (EP) vereist was.
Het College oordeelde dat de knelgevallenregeling correct is toegepast en dat de peildatum 1 april 2014 representatief is. Er was geen aannemelijk bewijs dat de stalbezetting op 2 juli 2015 anders zou zijn zonder de last onder bestuursdwang. De gestelde individuele en buitensporige last was onvoldoende onderbouwd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het fosfaatrecht blijft vastgesteld op basis van de situatie op 1 april 2014.