Verzoekster Twapa BVBA heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit tot officiële inbewaringneming van vleespartijen die eigendom zijn van verzoekster. Het primaire besluit beëindigde de eerdere inbewaringneming en plaatste de vleespartijen opnieuw in officiële inbewaring, met een termijn voor de derde-partij om te kiezen tussen vernietiging of aanwending voor andere doeleinden dan humane consumptie.
Verzoekster vreesde dat de vleespartijen zonder haar betrokkenheid vernietigd zouden worden, wat onomkeerbare financiële schade zou veroorzaken, mede door het naderen van de T.H.T.-datum. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat het primaire besluit niet inhoudt dat de vleespartijen direct vernietigd worden en dat een apart besluit vereist is voor de uiteindelijke bestemming, waarbij verzoekster betrokken zal worden.
Daarnaast gaf de minister aan dat verzoekster de gelegenheid krijgt om traceringsinformatie aan te leveren voordat een definitief besluit wordt genomen. De voorzieningenrechter concludeerde dat er geen sprake is van onverwijlde spoed en dat het verzoek om voorlopige voorziening daarom moet worden afgewezen.