ECLI:NL:CBB:2019:259
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling fosfaatrechten en toepassing generieke korting afgewezen
Bij besluit van 5 januari 2018 stelde de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit het fosfaatrecht van appellant vast met een generieke korting. Appellant maakte bezwaar en het bezwaar werd deels gehonoreerd, waarna appellant beroep instelde bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Appellant voerde aan dat de minister is uitgegaan van te hoge PAL-waarden en wees op een rekenfout in de oppervlakteberekening, alsmede op het niet gebruiken van een grondmonster van een perceel. De minister verhoogde de fosfaatruimte op basis van bodemonderzoeken en gaf een toelichting op de oppervlaktebepaling met behulp van luchtfoto’s.
Het College oordeelde dat de rekenfout in de tabel niet leidde tot een hogere fosfaatruimte omdat de minister toch met de juiste waarde had gerekend. De nauwkeurigere oppervlaktebepaling werd niet weersproken door appellant en het niet gebruiken van het oude grondmonster was terecht vanwege de verlopen geldigheid volgens de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard. Het College zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door mr. R.C. Stam op 2 juli 2019.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit over fosfaatrechten met generieke korting is ongegrond verklaard.