ECLI:NL:CBB:2019:106
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- E.R. Eggeraat
- R.R. Winter
- H.L. van der Beek
- Rechtspraak.nl
College van Beroep vernietigt intrekking van verleend kwekersrecht door bestuursorgaan
In deze zaak heeft verweerder het aan appellante verleende kwekersrecht voor het tulpenras Strong Strike ingetrokken, omdat het ras niet duidelijk te onderscheiden zou zijn van het eerder geregistreerde ras Strong Energy. Verweerder baseerde zijn intrekking op een kennelijke fout bij de beoordeling van de aanvraag en stelde dat hij bevoegd was het verleningsbesluit ambtshalve te herroepen.
Appellante voerde aan dat verweerder niet bevoegd was tot intrekking van het kwekersrecht en dat het vertrouwensbeginsel, rechtszekerheidsbeginsel en legaliteitsbeginsel aan intrekking in de weg stonden. Het College onderzocht de relevante wetsartikelen uit de Zaaizaad- en Plantgoedwet (ZPW), waaronder de bepalingen die de civiele rechter exclusief bevoegd maken tot vernietiging van kwekersrechten.
Het College oordeelde dat de bevoegdheid tot intrekking van een verleend kwekersrecht niet bij verweerder ligt, maar bij de civiele rechter, die deze bevoegdheid te allen tijde kan uitoefenen op verzoek van belanghebbenden of de minister. Het door verweerder bepleite bestuursrechtelijke intrekkingsrecht zou de exclusieve civiele bevoegdheid onaanvaardbaar doorkruisen. Daarom werd het beroep van appellante gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd.
Verder werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante, vastgesteld op €1.024,-, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht. Het College vond geen aanleiding voor volledige proceskostenvergoeding of een hoger gewicht van de zaak. De overige beroepsgronden behoefden geen bespreking meer na het oordeel over de bevoegdheid.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van het kwekersrecht wordt vernietigd.