ECLI:NL:CBB:2018:562
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.R. Eggeraat
- R.R. Winter
- H.L. van der Beek
- Rechtspraak.nl
Geen verwarringsgevaar tussen rasbenaming Spryng Break en merk SPRINGBREAK voor tulpen
Floralí Licensing B.V. stelde beroep in tegen het besluit van de Raad voor Plantenrassen om de rasbenaming Spryng Break vast te stellen voor een tulpenras waarvoor Maveridge Licensing nationaal kwekersrecht heeft verkregen. Appellante voerde aan dat de rasbenaming te veel overeenkomt met haar Uniemerk SPRINGBREAK en daardoor verwarring kan ontstaan over de herkomst van de waren.
De Raad voor Plantenrassen had het bezwaar van appellante ongegrond verklaard, mede omdat de rasbenaming Spryng Break reeds sinds 2007 in het register van de KAVB stond en daarmee als soortnaam werd beschouwd. Het College bevestigt dat deze eerdere registratie en het gebruik in de sector ertoe leiden dat Spryng Break als generieke benaming geldt en dat het merk SPRINGBREAK onvoldoende onderscheidend vermogen bezit binnen de sector.
Het College oordeelt dat het verwarringsgevaar tussen de rasbenaming en het merk ontbreekt en dat de beoordeling van het verwarringsgevaar in dit geval moet aansluiten bij de specifieke regels voor rasbenamingen, niet die van het merkenrecht. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.
Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 23 oktober 2018.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de rasbenaming Spryng Break blijft vastgesteld voor het tulpenras.