Het College van Beroep voor het bedrijfsleven behandelde het beroep van appellante tegen de heffing Diergezondheidsfonds Pluimvee 2016. Verweerder had de heffing vastgesteld en een bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard, waarbij de heffing werd verlaagd. Echter werden bezwaren tegen eerdere besluiten tot tegemoetkoming in 2015 niet-ontvankelijk verklaard.
Het College oordeelt dat het niet bevoegd is te oordelen over de heffing 2016 omdat deze onder de Algemene wet inzake rijksbelastingen valt en de bevoegde rechtbank Gelderland is. Daarnaast concludeert het College dat verweerder het bezwaarschrift ten onrechte heeft opgevat als bezwaar tegen de besluiten van maart 2015, terwijl het feitelijk een verzoek tot herziening van de tegemoetkoming betrof.
Het College vernietigt het bestreden besluit voor zover het de niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek tot herziening betreft en draagt verweerder op binnen acht weken een inhoudelijke beslissing te nemen op dit verzoek. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellante vergoed. Voor eventuele schadevergoeding wegens vogelgriep in 2017 en 2018 dient appellante een civiele procedure te starten.