ECLI:NL:CBB:2018:506
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar fosfaatrechtenbeschikking
Appellante diende een pro forma-bezwaarschrift in tegen het primaire besluit waarbij het fosfaatrecht werd vastgesteld. Verweerder stelde appellante in de gelegenheid om binnen vier weken de bezwaargronden te motiveren, maar appellante faalde hierin. Verweerder verklaarde het bezwaar daarop terecht niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:6 Awb Pro, omdat geen omstandigheden waren die het verzuim rechtvaardigden.
Appellante voerde aan dat zij gehoord had willen worden en dat de termijn voor het aanvullen van de gronden te kort was. Ook had zij verwacht dat verweerder telefonisch contact zou opnemen na het verstrijken van de termijn. Het College oordeelde dat appellante de gelegenheid had gehad om het verzuim te herstellen en dat zij tijdig uitstel had moeten vragen indien nodig, wat zij niet had gedaan.
Daarom was de niet-ontvankelijkverklaring terecht en kon verweerder afzien van het horen van appellante. Het College zag geen aanleiding om de inhoudelijke beroepsgronden te beoordelen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt ongegrond verklaard.