ECLI:NL:CBB:2018:428
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens samenhangende besluitvorming fosfaatrechten en melding bijzondere omstandigheden
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van zijn fosfaatrechten door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Tevens deed appellant een melding van bijzondere omstandigheden op grond van artikel 23, zesde lid, van de Meststoffenwet, met het verzoek tot verhoging van het fosfaatrecht. Verweerder besloot de melding niet afzonderlijk te behandelen maar als onderdeel van de lopende bezwaarprocedure over het fosfaatrecht.
Appellant stelde dat de melding een zelfstandige aanvraag tot een beschikking tot verhoging van het fosfaatrecht betreft, waarop apart en tijdig beslist moet worden. Het College oordeelde echter dat het fosfaatrecht en de melding onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en dat het fosfaatrecht slechts als één ondeelbaar recht kan worden vastgesteld. Hierdoor is de besluitvorming over de melding integraal onderdeel van de bezwaarprocedure.
Omdat appellant geen beroep kon instellen tegen het uitblijven van een zelfstandige beslissing over de melding en hij verweerder niet in gebreke had gesteld, verklaarde het College het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door mr. R.C. Stam, met mr. M.P.A. DeKoninck als griffier.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de melding bijzondere omstandigheden deel uitmaakt van de lopende bezwaarprocedure over het fosfaatrecht.