ECLI:NL:CBB:2018:361
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling subsidiabele oppervlakte en betalingsrechten GLB-inkomenssteun
Appellante heeft in 2015 een aanvraag gedaan voor toewijzing van betalingsrechten op grond van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB, waarbij 19 percelen met een totale oppervlakte van 38,41 hectare werden opgegeven. Na inspecties door de NVWA en daaropvolgende besluiten van verweerder over de vaststelling van subsidiabele oppervlakten en het aantal betalingsrechten, ontstond geschil over de juiste oppervlaktebepaling van enkele percelen.
Het College overweegt dat het aantal betalingsrechten gelijk moet zijn aan het aantal subsidiabele hectaren waarop de landbouwer op 15 mei 2015 beschikte, waarbij subsidiabele hectare wordt gedefinieerd als landbouwareaal dat voor landbouwactiviteiten wordt gebruikt. De vaststelling van de subsidiabele oppervlakte mag gebaseerd zijn op de AAN-laag, een systeem van topografische percelen met luchtfoto's, en hoeft niet te volgen wat de NVWA fysiek heeft gemeten.
Voor de betwiste percelen 11, 12, 13, 23 en 30 concludeert het College dat de verschillen tussen de NVWA-metingen en die van verweerder verklaard kunnen worden door het al dan niet meenemen van taluds, bermen, paden en niet-landbouwgebruik zoals parkeerplaatsen en opslag. De door verweerder gehanteerde oppervlaktebepaling is niet onjuist. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de vaststelling van subsidiabele oppervlakten en betalingsrechten wordt ongegrond verklaard.