ECLI:NL:CBB:2018:303
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- T. Pavićević
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit toewijzing betalingsrechten GLB 2015 wegens onjuiste vaststelling subsidiabele oppervlaktes
Appellante, een landbouwonderneming, diende een gecombineerde opgave in voor 115 percelen met een totaal van 286,21 hectare landbouwareaal. Verweerder kende in het primaire besluit 282,83 betalingsrechten toe, gebaseerd op een iets lagere subsidiabele oppervlakte, waarbij percelen 59 en 60 niet subsidiabel werden geacht. In het bestreden besluit werd de oppervlakte van perceel 93 iets verhoogd en 283,03 betalingsrechten toegekend. Later werden percelen 59 en 60 alsnog subsidiabel verklaard, met een toekenning van 285,61 betalingsrechten.
Appellante voerde in beroep aan dat verweerder meerdere percelen te klein had vastgesteld, gebaseerd op GPS-metingen. Verweerder erkende alleen een correctie voor perceel 100. Het College oordeelde dat de gehanteerde methode van verweerder, waarbij percelen werden vergeleken met referentiepercelen op de administratieve controlelaag, niet onjuist was. Diverse verschillen in oppervlakte werden toegelicht met luchtfoto’s en de aard van perceelgrenzen, greppels en niet-subsidiabele elementen zoals paden, opslag en water.
Het College concludeerde dat de oppervlakte van perceel 100 correct is vastgesteld, maar dat bij percelen 4, 14, 73, 87, 99, 103 en 119 de vaststelling onjuist was. Daarom vernietigde het College zowel het bestreden als het wijzigingsbesluit en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen rekening houdend met deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de besluiten worden vernietigd; verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen.