Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
Uitspraak van de meervoudige kamer van 18 januari 2018 op het hoger beroep van:
[naam 1] RA, te [plaats] , appellant,
tegen de uitspraak van de accountantskamer van 2 september 2016, gegeven op een klacht, ingediend tegen appellant door
[naam 2] B.V. ( [naam 2] )
Procesverloop in hoger beroep
Grondslag van het geschil
Uitspraak van de accountantskamer
Beoordeling van het geschil in hoger beroep
– als enige – verbonden is, indien die stelling al juist zou zijn, derhalve niet van bedoelde verzekeringsplicht. Voor zover de accountantskamer ten onrechte zou hebben overwogen dat appellant sinds 2009 ook certificeringsopdrachten voor SGR heeft uitgevoerd, leidt hetgeen hij in dit verband naar voren heeft gebracht niet tot een ander oordeel. Volgens het door appellant overgelegde Rapport van feitelijke bevindingen bij een persoonsgebonden onderneming heeft hij de werkzaamheden voor het reisbureau steeds verricht in overeenstemming met Standaard 4400, opdrachten tot het verrichten van overeengekomen specifieke werkzaamheden met betrekking tot financiële informatie. Dit zijn aan assurance verwante werkzaamheden, ter zake waarvan, zoals gezegd, eveneens de verplichting geldt in redelijke mate tegen het risico van beroepsaansprakelijkheid verzekerd te zijn.
Beslissing
- verklaart klachtonderdeel e in zoverre ongegrond.