ECLI:NL:CBB:2018:162
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens niet voldoen aan vergroeningsvoorwaarden en niet aannemelijk maken vanggewassenmengsel
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin een korting op de basis- en vergroeningsbetaling voor 2015 werd opgelegd vanwege het niet halen van de uiterste inzaaidatum van 1 oktober 2015 voor vanggewassen op bepaalde percelen.
De kern van het geschil betreft de vraag of appellante aanspraak kan maken op uitstel van de inzaaidatum tot 15 oktober 2015 wegens overmacht door extreme weersomstandigheden en of zij op perceel 2 het juiste mengsel van vanggewassen heeft ingezaaid. Appellante stelde dat door uitzonderlijke neerslag in haar regio zij niet tijdig kon inzaaien, maar verweerder stelde dat de percelen niet in de daarvoor aangewezen regio's lagen en dat de neerslaggegevens dit niet ondersteunden.
Het College oordeelde dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake was van de vereiste uitzonderlijke weersomstandigheden en dat de percelen niet in de aangewezen gebieden lagen. Tevens heeft appellante niet kunnen aantonen dat zij een mengsel van vanggewassen heeft ingezaaid, aangezien alleen een factuur van Japanse haver werd overgelegd.
Gelet op deze bevindingen heeft het College het beroep ongegrond verklaard en de verlaging van de vergroeningsbetaling bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard vanwege het niet voldoen aan de vergroeningsvoorwaarden en het niet aannemelijk maken van het juiste vanggewassenmengsel.