ECLI:NL:CBB:2018:152
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen korting vergroeningsbetaling wegens niet-toegestaan vanggewasmengsel
Appellante diende een gecombineerde opgave in voor basis- en vergroeningsbetalingen over 2016. Verweerder stelde het bedrag vast op basis van slechts 7,90 ha bouwland, omdat het ecologisch aandachtsgebied onvoldoende was ingericht. De reden was dat het ingezaaide vanggewasmengsel niet voldeed aan de voorwaarden, met name omdat het 50% zonnebloemen bevatte, een niet-toegestaan gewas.
Appellante voerde aan dat het mengsel met Greencover Humus, bestaande uit BCA, gele mosterd en Japanse haver, voldeed aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling. Volgens haar was er geen beperking dat alle soorten op de lijst moesten staan en was er geen percentage-eis voor de samenstelling.
Verweerder handhaafde de korting, stellende dat alle vanggewassen in het mengsel op de lijst moeten staan. Het College oordeelde dat de Europese verordeningen en de Uitvoeringsregeling in samenhang gelezen vereisen dat het mengsel uitsluitend uit vanggewassen van de generieke lijst mag bestaan. De stelling van appellante werd verworpen.
Het beroep werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt dat niet-toegestane vanggewassen in het mengsel leiden tot korting op de vergroeningsbetaling.
Uitkomst: Het beroep tegen de korting op de vergroeningsbetaling wordt ongegrond verklaard omdat het gebruikte vanggewasmengsel niet voldoet aan de voorwaarden.