ECLI:NL:CBB:2018:13
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.R. Winter
- H.O. Kerkmeester
- J.A. Hagen
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen maatregel ruimen rozenplanten wegens besmetting met Ralstonia solanacearum
Appellante exploiteert een rozenkwekerij waar de bacterie Ralstonia solanacearum (RS) werd vastgesteld. Verweerder heeft bij besluit maatregelen opgelegd, waaronder het ruimen van alle rozenplanten, om verspreiding van RS te voorkomen. Appellante voerde aan dat het ruimen niet noodzakelijk was omdat niet alle planten besmet waren en de planten geen symptomen vertoonden. Ook stelde zij dat zij de enige was die deze maatregel opgelegd kreeg en dat de maatregel onvoldoende was gemotiveerd.
Het College overwoog dat RS in beide partijen rozenplanten was aangetroffen en dat verweerder op basis van de onderzoeksgegevens terecht tot verdenking van besmetting kon komen. Gezien de ernst van RS en het feit dat eerdere minder verstrekkende maatregelen niet effectief waren, was het opleggen van de ruimingsmaatregel gerechtvaardigd. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagde niet wegens gebrek aan concrete onderbouwing.
Verder oordeelde het College dat verweerder terecht de spoedeisendheid van de situatie aannam, waardoor het niet verplicht was appellante vooraf een zienswijze te laten geven. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot ruimen van alle rozenplanten wegens RS-besmetting wordt ongegrond verklaard.