ECLI:NL:CBB:2017:334
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- S.C. Stuldreher
- W.E. Doolaard
- J.L. Verbeek
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen boete wegens aantreffen haar op kalfskarkas bij slachterij
Op 5 augustus 2014 constateerde een toezichthouder van de NVWA tijdens een controle in de slachterij van appellant dat er haar was aangetroffen op het liesvet van een kalf, wat leidde tot een boeterapport wegens vermeende overtreding van hygiënevoorschriften uit Verordening 853/2004. De staatssecretaris legde daarop een boete van € 2.500,- op.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant gegrond, omdat het boeterapport onvoldoende onderbouwde dat sprake was van verontreiniging van het vlees in de zin van de relevante EU-verordening. De enkele constatering van haar op het karkas werd niet als bewijs gezien dat het villen zodanig had plaatsgevonden dat verontreiniging niet was voorkomen.
In hoger beroep betoogde de staatssecretaris dat de aanwezigheid van haar op het karkas onweerlegbaar duidde op verontreiniging en daarmee op een overtreding van de hygiënevoorschriften. Het College oordeelde echter dat de bewijslast bij de staatssecretaris ligt en dat het boeterapport niet voldoende onderbouwde dat de haar daadwerkelijk afkomstig was van het kalf of dat er direct contact was geweest tussen de huid of vacht en het vlees.
Het College bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris ongegrond, waarmee de boete werd vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de boete wegens haar op het kalfskarkas wordt vernietigd.