ECLI:NL:CBB:2017:233
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- E.R. Eggeraat
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- A. Venekamp
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking taxivergunning wegens onjuiste wettelijke grondslag zonder toepassing bestuurlijke lus
Appellant, werkzaam als taxichauffeur en vennoot van een taxibedrijf, beschikte over een Taxxxivergunning voor de Amsterdamse opstapmarkt. Verweerder trok deze vergunning in op grond van een schorsing opgelegd door de Toegelaten Taxi Organisatie (TTO) Taxi Centrale Schiphol (TCS), omdat appellant ondanks de schorsing van zijn aansluiting bij TCS op de standplaats Amsterdam Centraal Station taxivervoer zou hebben aangeboden.
Verweerder baseerde de intrekking op artikel 3.3, eerste lid, aanhef en onder b, van de Taxiverordening Amsterdam 2012, in samenhang met andere bepalingen. Later erkende verweerder dat het besluit op een onjuiste wettelijke grondslag berustte, omdat de schorsing door TCS privaatrechtelijk was en niet direct de Taxxxivergunning betrof.
Het College oordeelde dat het gebrek in het besluit niet met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro kan worden hersteld en dat het beroep gegrond is. Verweerder verzocht om toepassing van de bestuurlijke lus om het gebrek te herstellen, maar het College wees dit af omdat het nieuwe besluit niet als heroverweging kon worden aangemerkt.
Het College vernietigde het bestreden besluit, herroept het primaire besluit en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Tevens veroordeelde het College verweerder in de proceskosten en droeg verweerder op het griffierecht aan appellant te vergoeden.
Uitkomst: Het College vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit wegens onjuiste wettelijke grondslag zonder toepassing van de bestuurlijke lus.