ECLI:NL:CBB:2016:393
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoeken ontheffing mestverwerkingsplicht 2015 en 2016 bevestigd
Appellanten verzochten ontheffing van de mestverwerkingsplicht voor de kalenderjaren 2015 en 2016. De Staatssecretaris van Economische Zaken wees deze verzoeken af omdat er voldoende mestverwerkingscapaciteit beschikbaar was. Appellanten stelden dat de capaciteit onvoldoende was en dat de financiële situatie van hun sector ernstig was.
Het College oordeelde dat appellanten ontvankelijk waren ondanks het feit dat voor 2015 geen ontheffing meer kon worden verleend, vanwege het financieel nadeel dat zij leden. Het College stelde vast dat de bewijslast voor het aannemelijk maken van een bijzondere individuele situatie primair bij appellanten lag. De rapporten waarop verweerder zich baseerde, waren niet onrechtmatig gebruikt en de aannames daarin waren niet weerlegd.
De beschikbare mestverwerkingscapaciteit was volgens het College voldoende voor 2015 en 2016, mede gelet op wettelijke verwerkingspercentages en beschikbare rapportages. De economische omstandigheden van appellanten en de kosten voor mestverwerking waren onvoldoende om een ontheffing te rechtvaardigen. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de ontheffingen van de mestverwerkingsplicht voor 2015 en 2016 zijn ongegrond verklaard.