ECLI:NL:CBB:2016:386
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.R. Eggeraat
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- H.B. van Gijn
- Rechtspraak.nl
College van Beroep bevestigt geen verdere verlenging realisatietermijn ontheffing Meststoffenwet
Appellante, onderdeel van het samenwerkingsverband Nieuw Gemengd Bedrijf, vroeg meerdere malen om verlenging van de realisatietermijn van haar ontheffing op grond van artikel 112 van Pro de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet vanwege vertragingen in het verkrijgen van noodzakelijke vergunningen. De laatste verlenging liep tot 31 december 2015, waarna verweerder verdere verlenging weigerde.
Appellante stelde dat zij onevenredig werd benadeeld door het niet verder verlengen, verwijzend naar de afrondende fase van vergunningprocedures en het belang van haar project voor dierenwelzijn en financiële belangen. Verweerder stelde dat de hoofddoelstellingen van de Meststoffenwet, waaronder het beheersen van dierlijke mestproductie en het voorkomen van overschrijding van het fosfaatplafond, zwaarder wegen dan de bedrijfseconomische belangen van appellante.
Het College oordeelde dat verweerder in redelijkheid heeft besloten de termijn niet verder te verlengen, mede vanwege de overgang naar een nieuwe regeling na 2015 en het belang van gelijke behandeling van ondernemers. Het vertrouwen op verdere verlenging kon niet worden ontleend aan eerdere beslissingen. Het beroep werd ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet verder verlengen van de realisatietermijn is ongegrond verklaard.