Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 november 2016 in de zaak tussen
[naam 1] , te [plaats] , appellant
de staatssecretaris van economische Zaken, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
- € 10.844,97 voor koppel I (€ 12.855,69 verminderd met de transportkosten van € 2.010,72. Dit betekent dat na aftrek van de opbrengst van de verkoop van de schapen van € 5.652,90 voor appellant een te betalen bedrag resteert van € 5.192,07;
- € 19.488,72 voor koppel III (€ 22.310,42 verminderd met de transportkosten van € 2.516,95 en het op de factuur van 1 maart 2013 genoemde bedrag van € 304,75 voor het vangen van koppel III). Dit betekent dat na aftrek van de opbrengst van de verkoop van de schapen van € 6.720,00 voor appellant een te betalen bedrag resteert van € 12.768,72. Het College zal verder bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van het te vernietigen bestreden besluit.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- herroept de primaire besluiten;
- stelt de door appellant verschuldigde kosten voor de toepassing bestuursdwang vast op € 10.844,97 voor koppel I, € 10.552,38 voor koppel II en