ECLI:NL:CBB:2016:11
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- E.R. Eggeraat
- J.A.M. van den Berk
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ongegrondverklaring klacht accountant over facturatie en dienstverlening
Appellant stelde een klacht in tegen een accountant over vermeende schendingen van fundamentele gedragsregels, met name over de facturatie en kwaliteit van dienstverlening. De accountantskamer verklaarde de klacht ongegrond. Appellant ging hiertegen in hoger beroep.
Het College van Beroep onderzocht onder meer de vraag of stukken ten onrechte laat waren ingediend, de juistheid van de facturatie inclusief overschrijding van kostenramingen, en het incasseren van bedragen zonder machtiging. Het College concludeerde dat de overschrijding grotendeels te wijten was aan meerwerk dat niet in de oorspronkelijke opdracht was inbegrepen en dat de accountant de tarieven correct had gehanteerd.
Verder werd geoordeeld dat een incidentele onoplettendheid bij incasso van een bedrag onvoldoende tuchtrechtelijk gewicht had, mede omdat het bedrag snel was teruggeboekt en excuses waren aangeboden. Het College vond geen voldoende onderbouwing voor de stelling dat meermaals onrechtmatig was geïncasseerd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, waarmee de uitspraak van de accountantskamer werd bekrachtigd. De beslissing is genomen op basis van de Wet tuchtrechtspraak accountants en werd op 12 januari 2016 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de klacht tegen de accountant blijft ongegrond.