ECLI:NL:CBB:2015:331
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Randvoorwaardenkorting wegens opzettelijk gebruik verboden gewasbeschermingsmiddel
Appellant, een landbouwer, kreeg een randvoorwaardenkorting van 20% opgelegd op zijn rechtstreekse betalingen voor 2012 vanwege het opzettelijk niet naleven van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb). Tijdens een controle werden in grondmonsters verboden stoffen aangetroffen, waarna ook een boete werd opgelegd die in rechte vaststaat.
Appellant betwist niet het gebruik van propachloor, maar stelt dat dit niet opzettelijk was en dat hij slechts een restant in een andere verpakking gebruikte. Verweerder stelt dat het gebruik een actieve handeling is en dat appellant het risico bewust heeft aanvaard, mede gelet op het langdurig vervallen toelatingsbeleid voor Ramrod SC.
Het College oordeelt dat de randvoorwaardenkorting terecht is opgelegd, omdat het verbod eenvoudig is, appellant actief handelde en het gebruik van het middel verboden is sinds 2001. De hoogte van de korting is in overeenstemming met de beleidsregels en kan niet worden beïnvloed door de reeds opgelegde boete, die geen strafrechtelijk karakter heeft.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de randvoorwaardenkorting van 20% wegens opzettelijk gebruik van het verboden middel Ramrod SC wordt ongegrond verklaard.