Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
Uitspraak van de meervoudige kamer van 14 augustus 2015 in de zaak tussen
Optixolar B.V., te Asperen, appellante
de minister van Economische Zaken, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Appellante, Optixolar B.V., diende een aanvraag in voor een Innovatiekrediet van €349.546 voor het project 'Optica + Solar = Optixolar'. De minister van Economische Zaken wees de aanvraag af omdat onvoldoende vertrouwen bestond dat appellante het ontwikkelingsproject en de daaropvolgende commercialisatiefase kon financieren. Appellante stelde dat zij na de afwijzing een financier had verloren en andere financieringsbronnen had gevonden, maar kon dit niet met concrete, verifieerbare bewijsstukken onderbouwen.
Tijdens de bezwaarprocedure en de zitting werd duidelijk dat verweerder voldoende gelegenheid had geboden om de financiering aan te tonen. De maatstaf dat de financiering van project- en bedrijfskosten in de projectfase hard moet worden onderbouwd, is redelijk en in lijn met de Subsidieregeling. Appellante kon niet aantonen dat de benodigde middelen daadwerkelijk beschikbaar waren, ondanks meerdere toezeggingen en intenties van aandeelhouders en derden.
Het College oordeelde dat de latere stukken ter onderbouwing van financiering te laat waren ingediend en niet tot een ander oordeel konden leiden. Ook het beroep op onvoldoende duidelijkheid over de beoordelingscriteria faalde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de subsidieaanvraag gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de subsidieaanvraag gehandhaafd wegens onvoldoende financieringszekerheid.