ECLI:NL:CBB:2015:274
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontheffingsaanvragen voor gesloten distributiesystemen gas en elektriciteit afgewezen wegens ontbreken fysieke verbinding
Schiphol Nederland B.V. heeft bij ACM ontheffingsaanvragen ingediend voor haar stelsels van gas- en elektriciteitsleidingen op het luchthaventerrein, waarbij zij wilde dat deze stelsels als één gesloten distributiesysteem (GDS) werden aangemerkt. ACM wees deze aanvragen af omdat de stelsels niet fysiek met elkaar verbonden zijn, een vereiste volgens ACM om als één GDS te worden beschouwd.
Schiphol betoogde dat fysieke onderlinge verbondenheid niet vereist is en dat het voldoende is dat de stelsels binnen een begrensd geografisch gebied liggen. Zij verwees naar de definities in de derde Gas- en Elektriciteitsrichtlijn en de wetsgeschiedenis. ACM stelde dat de term 'net' in de Gas- en Elektriciteitswet 1998 verwijst naar fysiek verbonden leidingen en dat de artikelen V en VI van de Wijzigingswet slechts procedureel overgangsrecht bieden zonder eigen inhoudelijk toetsingskader.
Het College volgde ACM en oordeelde dat de definitie van een GDS in de Gas- en Elektriciteitswet vereist dat de leidingen fysiek met elkaar verbonden zijn. De artikelen V en VI van de Wijzigingswet bieden geen aanleiding voor een afwijkende beoordeling. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat er geen concrete toezeggingen waren gedaan. De beroepen van Schiphol werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen van Schiphol worden ongegrond verklaard en de ontheffingsaanvragen afgewezen wegens ontbreken van fysieke verbinding tussen stelsels van leidingen.