ECLI:NL:CBB:2014:6

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
8 januari 2014
Publicatiedatum
22 januari 2014
Zaaknummer
AWB 13/998
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:19a BWArt. 2:394 BWArt. 9 lid 3 Algemene wet inzake rijksbelastingen
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding van rechtspersoon wegens niet-nakoming openbaarmakings- en belastingplicht

Appellante, een B.V., was sinds 1998 ingeschreven in het handelsregister. Vanaf 2006 heeft zij langer dan een jaar geen aangifte vennootschapsbelasting gedaan ondanks aanmaningen en heeft zij haar jaarrekeningen na 2003 niet openbaar gemaakt. Verweerster heeft daarom op grond van artikel 2:19a BW de ontbinding van appellante per 15 juli 2010 besloten.

Appellante voerde in beroep aan dat de Belastingdienst uitstel had verleend voor het deponeren van de jaarstukken en dat definitieve aanslagen pas zouden volgen na ontvlechting van een conglomeraat van rechtspersonen. Het College oordeelde dat de Belastingdienst niet bevoegd is uitstel te verlenen voor openbaarmaking en dat appellante geen bewijs leverde van uitstel voor het doen van aangifte vennootschapsbelasting.

Het College concludeerde dat aan de materiële voorwaarden van artikel 2:19a BW was voldaan, namelijk het langer dan een jaar in gebreke zijn met openbaarmaking en aangifte vennootschapsbelasting. Daarom was verweerster gehouden tot ontbinding over te gaan. Het beroep werd ongegrond verklaard en proceskosten werden niet toegewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot ontbinding van de B.V. wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 13/998

Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 januari 2014 in de zaak tussen

[naam] B.V., te [vestigingsplaats] appellante,

en

Kamer van Koophandel (vestiging Amsterdam), verweerster

(gemachtigde: mr. J.P.M. van der Ende).

Procesverloop

Bij besluit van 15 juli 2010 heeft verweerster appellante ontbonden.
Bij besluit van 3 september 2010 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellante ongegrond verklaard.
Appellante heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 januari 2014. Voor appellante is niemand verschenen. Verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde.

Overwegingen

1.
De volgende feiten zijn door partijen niet betwist en het College gaat van de juistheid van die feiten uit. Appellante staat sinds 12 februari 1998 ingeschreven in het handelsregister. Over de boekjaren vanaf 2006 heeft zij, ondanks aanmaning, langer dan een jaar geen aangifte vennootschapsbelasting gedaan. Zij heeft verder de jaarrekeningen na 2003 langer dan een jaar niet openbaar gemaakt door deponering bij verweerster. Verweerster heeft daarin aanleiding gevonden om appellante op grond van artikel 2:19a Burgerlijk Wetboek (BW) per 15 juli 2010 te ontbinden.
2.
Appellante voert in beroep aan dat de belastingdienst haar uitstel heeft verleend voor het deponeren van de jaarstukken. Zij erkent dat de belastingdienst haar aanmaningen heeft verzonden met betrekking tot de vennootschapsbelasting, maar dat de belastingdienst pas definitieve aanslagen zal opleggen na ontvlechting van het conglomeraat van rechtspersonen waarvan appellante deel uitmaakt.
3.1
Het College overweegt het volgende.
3.2.1
Artikel 2:19a, eerste lid, van het BW verplicht verweerster een bij haar ingeschreven rechtspersoon te ontbinden als haar is gebleken dat ten minste twee van de, voor zover hier van belang, volgende omstandigheden zich voordoen:
c. de rechtspersoon is ten minste een jaar in gebreke met de nakoming van de verplichting tot openbaarmaking van de jaarrekening of de balans en de toelichting overeenkomstig de artikelen 394, 396 of 397;
d. de rechtspersoon heeft ten minste een jaar geen gevolg gegeven aan een aanmaning als bedoeld in artikel 9, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen tot het doen van aangifte voor de vennootschapsbelasting.
3.2.2
Ingevolge artikel 2:394, derde lid, van het BW moet een rechtspersoon uiterlijk dertien maanden na afloop van het boekjaar de jaarrekening op de in lid 1 voorgeschreven wijze openbaar hebben gemaakt. Appellante erkent dat zij met die verplichting langer dan een jaar in gebreke is. Daaraan kan niet afdoen dat de belastingdienst, al aangenomen dat dit het geval is geweest, appellante uitstel heeft gegeven. De belastingdienst is immers niet bevoegd een dergelijk uitstel te verlenen.
3.2.3
Appellante erkent dat zij aanmaningen heeft ontvangen in verband met de heffing van vennootschapsbelasting en dat zij langer dan een jaar daaraan geen gevolg heeft gegeven. Ingevolge artikel 9, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen kan de belastinginspecteur pas een aanmaning versturen nadat de door hem gestelde termijn voor het doen van de aangifte is verstreken. Appellante heeft geen bewijs geleverd dat haar uitstel voor het doen van de aangifte is verleend. Het College gaat er daarom van uit dat haar een dergelijk uitstel niet is gegeven.
3.2.4
Hetgeen hiervoor is overwogen leidt tot de conclusie dat aan de materiële toepassingsvoorwaarden voor de ontbinding van appellante is voldaan. Verweerster is dan gehouden om tot de ontbinding over te gaan.
4.
Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stam, raadsheer, in aanwezigheid van mr. P.M. Beishuizen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2014.
w.g. R.C. Stam w.g P.M. Beishuizen