ECLI:NL:CBB:2014:27

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
17 januari 2014
Publicatiedatum
6 februari 2014
Zaaknummer
AWB 13/995
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen verbod vervoer runderen

Verzoekster, een bedrijf dat runderen houdt, heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van de Minister van Economische Zaken waarin het vervoer, de afvoer en de verhandeling van runderen van haar bedrijf werden verboden. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat zij haar runderen weer mocht vervoeren en afvoeren.

De voorzieningenrechter oordeelde dat hoewel verzoekster financieel nadeel ondervindt en er op termijn een problematische situatie kan ontstaan vanwege beperkte huisvestingscapaciteit, er geen sprake is van onverwijlde spoed. Op korte termijn komt het voortbestaan van het bedrijf niet in gevaar en is er geen onhoudbare situatie die een voorlopige voorziening rechtvaardigt.

Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 17 januari 2014 door mr. R.C. Stam in aanwezigheid van mr. P.H. Broier, griffier.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het verbod op het vervoer en afvoer van runderen is afgewezen wegens ontbrekende onverwijlde spoed.

Uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 13/995
5140
uitspraak van de voorzieningenrechter van 17 januari 2014 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[bedrijfsnaam], te [vestigingsplaats], verzoekster

(gemachtigde: mr. A.D. Vrieling),
en

de Minister van Economische Zaken, verweerder

(gemachtigde: mr. J.E.W. Tieleman).

Procesverloop

Bij besluit van 12 december 2013 (het primaire besluit) heeft verweerder het afvoeren van runderen en het vervoeren of verhandelen van runderen afkomstig van het bedrijf van verzoekster verboden.
Verzoekster heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft tevens met een op 30 december 2013 ingekomen verzoekschrift de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 januari 2014. Namens verzoekster is verschenen haar vennoot [naam], bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Namens verweerder is tevens verschenen H. Hofman.

Overwegingen

1.
Ingevolge het bepaalde in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bezwaar is gemaakt, op verzoek een voorlopige voorziening worden getroffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat op dit moment de vereiste onverwijlde spoed ontbreekt en overweegt daartoe als volgt.
2.
Het verzoek strekt ertoe het primaire besluit te schorsen en verzoekster weer toe te staan runderen van haar bedrijf af te voeren, te vervoeren en te verhandelen. Verzoekster voert – samengevat – aan dat zij financieel nadeel ondervindt van het primaire besluit, aangezien zij thans geen inkomsten kan genereren terwijl nog wel kosten worden gemaakt. Voorts kan er op termijn een problematische situatie ontstaan op haar bedrijf, gelet op de beperkte huisvestingscapaciteit.
De voorzieningenrechter acht voldoende aannemelijk dat verzoekster een financieel nadeel ondervindt van het primaire besluit en dat er op de langere duur een problematische situatie kan ontstaan op het bedrijf. Niet gebleken is echter dat op korte termijn het voortbestaan van het bedrijf in het geding komt of op afzienbare termijn een onhoudbare situatie op het bedrijf ontstaat, waardoor het treffen van een voorlopige voorziening geboden zou zijn. Ter zitting heeft verzoekster ook erkend dat dergelijke gevolgen voorlopig niet aan de orde zijn.
3.
Gelet op het voorgaande wijst de voorzieningenrechter het verzoek af.
4.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stam in aanwezigheid van mr. P.H. Broier, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2014
w.g. R.C. Stam w.g. P.H. Broier
Afschrift verzonden aan partijen op: