ECLI:NL:CBB:2014:254
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking chauffeurskaart wegens ontbreken VOG
Verzoeker, werkzaam als taxichauffeur, kreeg zijn chauffeurskaart ingetrokken omdat hij geen nieuwe verklaring omtrent het gedrag (VOG) kon overleggen nadat de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie zijn aanvraag had afgewezen vanwege strafbare feiten in de periode 2010-2013. Verzoeker betwistte de weigering van de VOG en stelde dat de feiten geen gevaar voor de samenleving vormen en dat hij zijn beroep niet kan uitoefenen zonder chauffeurskaart.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de intrekking van de chauffeurskaart terecht was omdat de Regeling gebruik boordcomputer en boordcomputerkaarten vereist dat een nieuwe VOG wordt overgelegd. Het niet overleggen daarvan is voldoende grond voor intrekking. De beoordeling van de VOG ligt niet bij de verweerder maar bij de staatssecretaris.
Hoewel verzoeker bezwaar heeft gemaakt tegen de weigering van de VOG en verzet heeft ingesteld tegen enkele strafbeschikkingen, is er onvoldoende waarschijnlijkheid dat hem alsnog een VOG zal worden toegekend. Gezien het belang van veilig en deugdelijk taxivervoer is er geen aanleiding om de intrekking voorlopig te schorsen.
Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de chauffeurskaart wegens het niet overleggen van een nieuwe VOG wordt afgewezen.