Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 mei 2014 in de zaak tussen
vennootschap onder firma Melkveehouderij [naam 1], te [vestigingsplaats], appellante
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Appellante, een vennootschap onder firma in de melkveehouderij, stelde beroep in tegen het bestreden besluit van de staatssecretaris van Economische Zaken waarin de bedrijfstoeslag 2012 was vastgesteld op basis van een aangepaste oppervlakte van perceel 1. Verweerder had de oppervlakte van perceel 1 aangepast van 11,44 hectare naar 11,19 hectare vanwege wijzigingen in de perceelsgrens en verwijdering van een mestzak.
Tijdens de zitting gaf appellante aan dat alleen de oppervlakte van perceel 1 nog in geschil was en overhandigde een GPS-meting waaruit bleek dat de gezamenlijke oppervlakte van percelen 1, 2 en 7 groter was dan door verweerder gehanteerd. Het College oordeelde dat verweerder terecht de AAN-laag gebruikte als referentie voor de maximale subsidiabele oppervlakte en dat de grond onder de bomen niet subsidiabel is. Het GPS-rapport kon niet worden gebruikt voor de vaststelling van de subsidiabele oppervlakte van perceel 1 omdat het geen onderscheid maakte tussen de percelen.
Het College concludeerde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat de vastgestelde subsidiabele oppervlakte onjuist was en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de vaststelling van de subsidiabele oppervlakte van perceel 1 in 2012 is ongegrond verklaard.