ECLI:NL:CBB:2013:BZ4270
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen afwijzing bedrijfstoeslag wegens dubbele opgave en toepassing korting
Appellante had bedrijfstoeslag aangevraagd voor het jaar 2011, waarbij zij percelen had opgegeven die ook door een andere landbouwer waren opgegeven. Verweerder stelde dat appellante deze percelen niet in gebruik had op de peildatum 15 mei 2011 en bracht deze terecht niet in aanmerking voor toeslag. Daarnaast werd een korting van 100% toegepast omdat de afgekeurde oppervlakte meer dan 50% van de goedgekeurde oppervlakte betrof.
Appellante voerde aan dat zij te goeder trouw handelde en niet opzettelijk verkeerde gegevens had verstrekt, en dat niemand benadeeld was omdat er geen dubbele uitbetaling had plaatsgevonden. Het College oordeelde dat het feitelijk gebruik op de peildatum leidend is en dat appellante geen gebruik had van de percelen, waardoor de toeslag terecht werd geweigerd.
Verder stelde het College dat de wettelijke regeling geen ruimte laat voor een belangenafweging bij de toepassing van de korting, en dat appellante geacht wordt op de hoogte te zijn van de regelgeving. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de afwijzing van haar bedrijfstoeslag en de toepassing van een korting van 100% wordt ongegrond verklaard.