ECLI:NL:CBB:2013:BZ3424
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging randvoorwaardenkorting van 20% wegens niet-naleving aanbinden kalveren
Appellant heeft voor het jaar 2008 rechtstreekse betalingen aangevraagd op grond van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006. Na een controle door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit werd vastgesteld dat zeven kalveren jonger dan zes maanden met touwen waren aangebonden, wat een overtreding van de randvoorwaarden inhoudt.
Verweerder stelde daarop een korting van 20% vast op de rechtstreekse betalingen. Appellant voerde aan dat een eerdere boete voor een soortgelijke overtreding in 2005 door de politierechter was kwijtgescholden en dat daardoor de korting onterecht was. Verweerder stelde dat de bestuursrechtelijke korting losstaat van de strafrechtelijke procedure en dat de Europese regelgeving een korting verplicht stelt bij constatering van niet-naleving.
Het College oordeelde dat de overtreding in 2008 onomstreden is en dat de toepasselijke Europese verordening geen ruimte laat om de korting te matigen of achterwege te laten, ook niet vanwege het vonnis van de politierechter. Ook het argument dat de overtreding plaatsvond vóór het vonnis werd verworpen omdat de randvoorwaarde al van toepassing was.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de korting van 20% bevestigd. Een proceskostenvergoeding wordt niet toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de korting van 20% op de rechtstreekse betalingen bevestigd.