ECLI:NL:CBB:2013:BZ2913
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Vaststelling proceskostenvergoeding na herroeping bedrijfstoeslagbesluiten
Appellante had een aanvraag ingediend voor bedrijfstoeslag 2010, waarbij enkele percelen ten onrechte waren opgegeven. Verweerder stelde aanvankelijk de toeslag vast met korting en vorderde later terugbetaling wegens vermeende opzet. Na nader onderzoek concludeerde verweerder dat van opzet geen sprake was en betaalde het bedrag alsnog uit.
Het College oordeelt dat het latere besluit van 6 mei 2012 de eerdere besluiten herroept en het beroep mede tegen dat besluit is gericht. Het beroep tegen het oorspronkelijke bestreden besluit is niet-ontvankelijk omdat appellante geen belang meer heeft bij de beoordeling daarvan.
Appellante betoogt dat de korting onterecht is, dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden en dat zij recht heeft op vergoeding van kosten in bezwaar. Het College stelt vast dat de korting voortkomt uit een eerder besluit waartegen geen beroep is ingesteld en dat de kostenvergoeding terecht is. Verweerder heeft nagelaten hierover te beslissen, wat strijdig is met de Awb.
Het College verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit voor zover het nalaten van een beslissing betreft, stelt de proceskostenvergoeding vast op €944, en veroordeelt verweerder tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor het nalaten van een beslissing op het verzoek om proceskostenvergoeding, welke wordt vastgesteld op €944, en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.