ECLI:NL:CBB:2013:337
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ambtshalve doorhaling inschrijving onderneming wegens inactiviteit
Verweerster, de Kamer van Koophandel Midden-Nederland, heeft op 5 december 2011 ambtshalve de inschrijving van de onderneming van appellante in het handelsregister doorgehaald nadat de Belastingdienst had gemeld dat de onderneming niet meer actief was. Appellante kreeg de gelegenheid om binnen 14 dagen bewijs te leveren van haar actieve bedrijfsvoering, maar heeft dit nagelaten.
Bij het bestreden besluit van 6 februari 2012 handhaafde verweerster de doorhaling en verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond. Appellante stelde beroep in tegen dit besluit, maar verscheen niet op de zitting van 2 december 2013. Het College stelde vast dat appellante geen bewijs had overgelegd dat haar onderneming nog actief was en dat zij voldoende gelegenheid had gehad dit te doen.
Verder wees het College op een misvatting van appellante dat haar inschrijving in het handelsregister noodzakelijk zou zijn voor het uitoefenen van haar werkzaamheden als tolk, hetgeen niet het geval is volgens het tolkenregister. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de ambtshalve doorhaling van de inschrijving van de onderneming wordt ongegrond verklaard.