ECLI:NL:CBB:2013:312
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toerekening randvoorwaardenkorting bij vernietiging graszode door huurder
Appellante verzocht voor 2008 om uitbetaling van toeslagrechten voor een perceel grasland dat zij vanaf november 2008 verhuurde aan een derde partij. Deze huurder vernietigde de graszode, wat in strijd is met het verbod in artikel 4b van het Besluit gebruik meststoffen. Verweerder legde daarom een randvoorwaardenkorting van 20% op aan appellante en verklaarde het bezwaar ongegrond.
Appellante voerde aan dat zij het perceel niet in gebruik had en dat de overtreding door de huurder was gepleegd, waardoor de korting haar niet kon worden toegerekend. Het College verwijst echter naar een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie waarin is bepaald dat de landbouwer die de steunaanvraag indient, ook aansprakelijk is voor niet-naleving door de persoon aan wie de landbouwgrond is overgedragen.
Het College oordeelt dat appellante het risico van de overtreding draagt en dat zij aansprakelijk kan worden gesteld, ook voor opzettelijk handelen van de huurder. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de randvoorwaardenkorting blijft van toepassing op appellante.