ECLI:NL:CBB:2013:291
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verlaging subsidie met 10% wegens te late indiening aanvraag subsidievaststelling niet onredelijk
Appellante ontving subsidie voor een project onder de Subsidieregeling “Pieken in de Delta 2007” met een vastgestelde einddatum en een deadline voor de aanvraag om subsidievaststelling. Ondanks meerdere verzoeken en verlengingen diende appellante de aanvraag te laat in, waardoor verweerder de subsidie ambtshalve lager vaststelde.
Appellante voerde aan dat de vertraging niet aan haar te wijten was, maar aan een Sloveense opdrachtnemer, en dat de opgelegde korting van 10% onredelijk was gezien de positieve resultaten van het project en haar financiële situatie. Verweerder stelde dat appellante voldoende gelegenheid had gekregen en dat het niet tijdig indienen van de aanvraag een tekortkoming was die een korting rechtvaardigde.
Het College overwoog dat appellante voldoende tijd had gekregen en dat het haar verantwoordelijkheid was om aan de voorwaarden te voldoen, ongeacht de oorzaak van de vertraging. De korting was passend om het uitvoeringsbeleid te beschermen en administratieve processen te waarborgen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlaging van de subsidie met 10% wegens te late indiening van de aanvraag om subsidievaststelling wordt ongegrond verklaard.